‘Onze’ vluchtelingen crisis: stop met discussiëren!

‘Onze’ vluchtelingen crisis: stop met discussiëren!

In het complex waar ik woon, stelde een buurman onlangs voor om een vluchtelingengezin te huisvesten in onze gemeenschappelijke woning. Dat leverde behalve een enorme discussie een paar nieuwe inzichten op.

Terwijl een groep buren uitzocht of een vluchtelingengezin überhaupt kon worden gehuisvest (zat de gemeente werkelijk te wachten op hulp, konden wij de activiteiten en logeermogelijkheid in de gemeenschappelijke woning elders organiseren, wat te doen als het gezin zwaar getraumatiseerd zou blijken? etc.), vlogen de verwijten al heen en weer. ‘Dat valt me van je tegen’, kreeg iemand te horen die het niet zag zitten. ‘Wat een naïeve gedachte’ kreeg de initiatiefnemer te horen.

In de wandelgangen, via de mail en op straat, ook bij ons gebeurde wat elders in Nederland gebeurde: onderlinge verwijten, onderbuikgevoelens, angsten en geruchten, alles kwam voorbij. Toen bekend werd dat er een informatieavond zou komen, riep iemand per mail al zijn veto op het voorstel uit. Waarna een ander reageerde dat hij al geen zin meer had in de bijeenkomst. En een derde wist zeker dat de avond uit de hand ging lopen.

Als voorzitter van de VVE werd ik gevraagd het debat te leiden….

Polarisatie en frustratie
Een aantal inzichten hielp me.

  1. We moesten geen discussie voeren. Een discussie is er om elkaar te overtuigen van het eigen gelijk. Maar feitelijk weet je dat niemand zich laat overtuigen van andermans gelijk. Slechts 5 van de 45 aanwezigen op de informatieavond zeiden dat ze hun mening nog moesten bepalen. De stellingen waren allang ingenomen.

Sterker nog: de hakken gaan dieper in het zand naarmate de standpunten worden verwoord, de toon gaat omhoog, er wordt niet meer geluisterd naar wat de ander zegt en het lijkt er alleen nog om te gaan zelf gehoord te worden. Discussies zijn zelden nuttig. Het leidt eerder tot polarisatie, frustratie, verhitte gemoederen en – in de huidige tijdsgewricht – tot bedreigingen.

Aandacht en respect
2. Op de informatieavond stelden we aan het begin met elkaar vast dat we in plaats van een discussie een dialoog zouden voeren. Iedereen ging akkoord met de spelregels daarvan: je luistert met aandacht naar elkaars standpunt; het gaat niet om wie er gelijk heeft en wie niet, of wat waar is en wat niet waar; een ieder krijgt de gelegenheid zijn of haar verhaal te vertellen, kort en to the point en vanuit een ik-boodschap; en iedereen toont respect voor andermans mening – hoe scherp je die mening ook veroordeelt.

In tegenstelling tot de gespannen verwachtingen was iedereen aan het einde van de avond tevreden. We hadden naar elkaar geluisterd. Er was aandacht voor elkaars standpunt en dat luchtte op. ‘De boel bleef bij elkaar’.

Deep Democracy
3. Een derde inzicht kwam van een bijzonder boek: ‘Inside the NO’ van Myrna Lewis.  Buren die de huisvesting van een vluchtelingengezin niet zagen zitten en vreesden dat hun bezwaren zouden worden afgedaan als ‘racistisch’ of ‘minderwaardig’, vroegen me het te lezen vóór de informatieavond. ‘Inside the No’ gaat over deep democracy, hoe je besluitvorming neemt met aandacht en waardering voor andere opvattingen. Ofwel: hoe zorg je ervoor dat het geluid van de Nee-zeggers, van de minderheid, ook wordt gehoord en wordt meegenomen in het besluit?

Kortweg stelt het boek het volgende:
1: Zorg ervoor dat een ieder wordt gehoord;
2: Creëer een veilige omgeving en zoek naar het ‘Nee’. Vraag er nadrukkelijk om;
3; Zoek meer mensen die ‘Nee’ zeggen. Laat niet één persoon de zondebok worden, maak de groep Nee-zeggers groter;
4: En vraag de minderheid wat er eventueel moet gebeuren om mee te kunnen gaan met de meerderheid.

Blijven praten, blijven luisteren
De methode ‘Inside the No’ komt uit Zuid-Afrika, waar het na de afschaffing van de apartheid vaak is gebruikt om groepen die elkaar letterlijk naar het leven hebben gestaan, met elkaar te laten praten. Maar ook elders in Afrika wordt het gebruikt, bijvoorbeeld bij stamoudsten.

Blijven praten, blijven luisteren, tot er een breed gedragen oplossing is. Wij zijn er ook nog niet uit, meningen veranderen immers niet. Maar het is een experiment dat de moeite waard is en dat op zijn minst de toonhoogte van de conversatie reduceert en meer respect voor elkaars standpunt oplevert. Dat lijkt me ook in Nederland op dit moment de moeite van het proberen waard.

plaatje_dialoogpartners_en_discussianten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Foto credit: ‘Het Grote Debat over vluchtelingen: aankondiging op de Vlaamse tv zender VTM’.

 

Ga toch spelen joh!

Ga toch spelen joh!

Innovatie ligt tegenwoordig op ieders lippen bestorven, maar de manier waarop we proberen dat vorm te geven is her en der nog hopeloos ouderwets. Daarmee slaat de vernieuwing alsnog dood.

Een paar weken geleden was ik aanwezig op een dag over innovatie waar een mooie mix van mensen uit het bedrijfsleven, van organisaties, bevlogen individuen, overheden en de Verenigde Naties bijeen was. Een ideale gelegenheid om al die verschillende perspectieven en inzichten te laten kruisbestuiven en nieuwe samenwerkingsvormen te zoeken – dat was ook het doel van die dag.

Toch kwam er niets uit!

In een van de workshops zaten we met 15 personen aan een grote vierkante tafel en discussieerden we over de vraag hoe we met elkaar konden innoveren. Dat werd een kakofonie aan meningen en losse voorbeelden. Alles ging dwars door elkaar heen, er was lijn noch focus.

Er werd wel veel gezegd, maar weinig geluisterd. Alsof er verschillende talen werd gesproken.

Ga niet om de tafel zitten
Vreemd toch eigenlijk, dacht ik. Niet eens zozeer dat we langs elkaar heen praten, dat herkent iedereen die regelmatig vergadert. Maar dat we vernieuwing proberen te zoeken op een ouderwetse manier.

We blijven doen wat we gewend zijn te doen, omdat we het altijd zo deden. En dan krijgen we dus wat we altijd kregen, zoals het gezegde luidt.

In mijn eigen werk merk ik nog voortdurend dat we het liefst in een uurtje tussen de drukte door en zonder poespas een briljant innovatief idee willen bedenken. Of we bewaren die andere methoden van werken voor één speciale dag in het jaar, als er een expert van buiten bij komt.

Gelukkig zijn er steeds meer manieren die deelnemers actief houdt (zittend én staand), gefocust laat werken, volgens een duidelijke structuur en tegelijkertijd de creativiteit stimuleert. Voor start-ups en veel studenten is dat al de standaard manier van werken.

Games
Door methodologieën als design thinking, open innovatie, lean en agile werken, gamification, co-creatie etc. leren we anders denken en anders doen. Ze geven snel nieuwe inzichten en maken veel energie los. Dat merk ik bijvoorbeeld ook met de innovation games, die ik zelf gebruik.

Op een van zo’n games sessie vorige week was de groep zo enthousiast dat ze vergat pauzes te nemen en tijdens de lunch doorwerkte: de dag vloog voorbij. En aan einde van de dag lag er een mooi concept.

Wie op zoek gaat naar nieuwe antwoorden, komt er niet meer door om de tafel te gaan zitten discussiëren, die moet gaan spelen.

Interessant om te kijken:
‘Gamification maakt de wereld beter’
Innovation games

Begrijp ik de veranderende wereld nog?

Begrijp ik de veranderende wereld nog?

Ik heb dagelijks met innovatie en grote veranderingen te maken. Het game universum van mijn zoon gaat me echter boven mijn pet.

Afgelopen vrijdag was ik bij ABN Amro voor een bijeenkomst over de toekomst van het betalingsverkeer. Dat is vooral mobiel en contactloos. Aan de hand van een aantal scenario’s onderzochten we de consequenties voor goede doelen. Die veranderingen gaan snel.

Snel gaan ook de ontwikkelingen rondom biometrie. Op diezelfde middag hoorde ik zes start-ups hun – soms griezelige, maar zeker duizelingwekkende – innovaties presenteren op dat gebied: identificatiemethoden op basis van unieke lichaamskenmerken van een persoon.

Onze pasjes, sleutels, wachtwoorden, codes, foto’s en handtekeningen worden dadelijk vervangen door ons stemgeluid, onze iris, gelaatskenmerken, vinger– of huidafdrukken, DNA, warmtepatroon en zelfs de manier waarop we lopen, typen of onze mobiel gebruiken.

Pakketje spelers
Dat de wereld razendsnel verandert, is ondertussen een enorm cliché. Toch, als ik ermee word geconfronteerd, verbaas ik me elke keer weer over de snelheid en onbegrensde mogelijkheden. Maar kon ik het vrijdagmiddag nog goed volgen, wat er ’s avonds bij mij thuis gebeurde was confronterender.

Mijn zoon (12) had dagen gezeurd om € 25 waarmee hij coins wilde kopen voor zijn digitale Playstation FiFa14 spel. Zijn ouders, het gezeur zat, maar niet tot alles bereid, besloten uiteindelijk € 10 over te maken naar een onbekend banknummer. Daarna kon mijn zoon met zijn coins online een ‘pakketje’ (‘The Pack’) kopen met spelers. Vrijdagavond om 11 uur opende hij zijn pakketje …

… en toen begon hij te schreeuwen en te dansen door de kamer. Er was iets gebeurd wat ik niet direct begreep. Ik probeerde hem te kalmeren, maar hij riep alleen maar: ‘Jij begrijpt het niet!’

Superster van 6,2 miljoen
Na 10 minuten rennen en schreeuwen pakte hij zijn mobiel, maakte een foto van het Fifa-spel op het TV-scherm en appte die door naar zijn vrienden. Tegelijkertijd skypte hij hen via de iPad. Bijna tegelijkertijd waren ze allemaal online. Alsof ze erop hadden zitten wachten. En ook tegen hen begon mijn zoon opgewonden te schreeuwen. Hij kon zijn geluk niet op.

Wat bleek nadat hij 20 minuten later weer enigszins aanspreekbaar was? Dat pakketje van € 10 waar zijn ouders zo ontzettend over hadden lopen zeuren, had hem de voetballer Messi opgeleverd. Messi! De superster die niet alleen zijn grote favoriet is, maar die ook € 6,2 miljoen waard bleek te zijn. Mijn zoon had de loterij gewonnen. Hij had de beste investering ooit gedaan.

‘Begreep je het wel?’ vroeg hij. Messi! € 6,2 miljoen! Op zijn mobiel keek hij snel op een site om te achterhalen hoeveel geld gamers daarvoor écht zouden betalen. Dat was €420. De investering was in een avond 42 keer meer waard geworden. Virtueel 620.000 keer!

‘Doe eens normaal!’
Met nog steeds overslaande stem beloofde hij zijn vrienden en passant allemaal € 1 miljoen te schenken. Dan konden ook zij betere spelers te kopen. De rest van de spelers konden ze wel ‘quicksellen voor 17K’.

Mijn zoon had gelijk. Zijn pa begreep inderdaad niets van het parallelle game universum en het virtuele betalingsverkeer. Het enige dat ik vanaf de bank naar mijn dansende en schreeuwende zoon kon uitbrengen was: ‘Doe eens even normaal!’

Ik schrok er zelf van.

P.S. Drie kwartier later was Messi verkocht voor € 5.7 miljoen. ‘Ach’, zei mijn zoon ondertussen gekalmeerd, ‘zijn waarde was toch al aan het dalen.’ Het bleek dat de pakketjes waren gekocht op Black Friday en mijn zoon niet de enige gamer was die Messi had gekregen en nu begon te dumpen. Hij had snel gehandeld en was met die miljoenen in coins virtueel miljonair geworden. Met Economie op school komt het wel goed.

Het hebben van ideeën wordt overschat

Het hebben van ideeën wordt overschat

Tijdens het tandenpoetsen heb ik de gewoonte andere dingen te doen: de slaapkamer van mijn kinderen opruimen, de spullen in de badkamer op zijn plek zetten of een blog typen etc. Ik doe van alles, behalve goed mijn tandenpoetsen. Twee minuten duren te lang om stil te staan. Het komt je vast bekend voor.

De ergernis je handen niet vrij te hebben, besprak ik een paar jaar geleden met een paar vrienden. Konden we een tandenborstel bedenken waarmee multitasken mogelijk zou zijn? We bedachten een handsfree tandenborstel: een bit dat je over je tanden in je mond stopt en dat – elektrisch – borstelt terwijl jij je e-mail leest, alvast je jas aandoet en je veters van je schoenen strikt.

Fantastisch idee toch?

Enkele weken geleden las ik het bericht dat ‘onze’ uitvinding zou worden gelanceerd door het bedrijf Blizzident*) (zie foto). De borstel komt met een app die bijhoudt hoe goed je tanden worden geborsteld en je vertelt waar het beter kan.

Idee versus innovatie

Dit voorbeeld laat goed zien wat het verschil is tussen een idee en innovatie. Het één heeft het ander weliswaar nodig, maar te vaak worden de twee begrippen op een lijn gesteld. Een idee – hoe briljant ook – betekent niets als het een idee blijft. Een innovatie is een vernieuwend idee dat succesvol wordt uitgevoerd. Innovatie geeft waarde aan een idee (meer inkomsten, minder kosten, meer kwaliteit, meer klanten).

Het gat tussen die twee begrippen blijkt niet zelden enorm. Ik krijg als innovatiemanager veel mooie, vernieuwende ideeën onder ogen, maar om er echt een innovatie van te maken, zijn de volgende vier aspecten van belang.

Tijd en aandacht

a) Een idee moet vooraf worden gegaan door een duidelijke (strategische) vraag waarop het een antwoord is.
Ideeën geven veel energie, maar zijn vaak losgezongen van wat er nodig is. Waar is het idee een oplossing voor? Het is daarom beter eerst de vraag helder te hebben en daarna met ideeën te komen.

b) Een idee moet de tijd krijgen om goed doordacht te worden en gecombineerd te worden met andere ideeën.
We verwachten met een paar uurtjes brainstormen een idee te fabriceren dat evenveel gaat opleveren als de jackpot. En zoeken daarbij te snel naar (bekende) oplossingen. Er is nauwelijks aandacht en tijd voor het goed doordenken van een idee en voor het beantwoorden van vragen als: ‘Wat behelst het precies?’ ‘Wat kan er nog meer mee worden gedaan?’ ‘Kan het gecombineerd worden met andere ideeën?’ ‘In welke andere sectoren zijn er vergelijkbare ideeën en wat leren we daarvan?’ Dat wreekt zich. Ideeën zijn daarom zelden baanbrekend.

Ideeënbegraafplaats

c) Een idee moet een business case hebben.
Het enthousiasme waarmee ideeën worden ingebracht staat vaak haaks op de stilte die volgt als er een schatting moet worden gemaakt van de opbrengsten en de kosten. In de plannen zie ik zelden €-tekens. Maar een idee komt überhaupt niet van de grond als er geen zicht is op de kosten en opbrengsten.

d) Een idee moet daadwerkelijk worden uitgevoerd.
En daar komt het vele werk om de hoek kijken. Een idee is slechts 5 procent van de innovatie, de rest is zweten en zwoegen. Daarom liggen er ook zoveel mooie plannen op de ideeënbegraafplaats.

Ganzenbord

ganzenbord - blog Het hebben van ideeën wordt overschatHet is niet voor niets dat investeerders steeds vaker kijken naar de persoon achter het idee dan naar het idee zelf. Is hij of zij een doorzetter, in staat het idee uit te voeren?

Wat dat betreft heeft innovatie veel weg van ganzenbord. Je begint enthousiast en mag soms een paar plaatsen vooruit. Maar je gooit ook lage ogen, moet stappen terugzetten, belandt in de put of gevangenis, of kunt opnieuw beginnen. Je hebt pas gewonnen als je bij het eindpunt bent aangekomen.

 

Peter van Lier

Is innovatiemanager bij War Child en schrijft deze blog op persoonlijke titel.

*) Zie: http://www.nutech.nl/gadgets/3590435/3d-geprinte-tandenborstel-poetst-in-zes-seconden.html

 

Innovatie in Zuid-Sudan: vijf lessen

Innovatie in Zuid-Sudan: vijf lessen

‘Als we nu eens tablets met lesmateriaal naar Zuid-Sudan sturen, dan kunnen de leraren daar beter onderwijs geven en leren de kinderen meer’. De iPad was net op de markt verschenen toen een medewerker van War Child het wilde idee opperde om met de nieuwste technologie de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren in een gebied zonder internet waar stampen dé gangbare lesmethode was. Ruim drie jaar later wordt het innovatieve project opgeschaald naar drie andere provincies.

De afgelopen week heb ik dit project met een aantal sleutelpersonen besproken om te zien wat er qua innovatie van valt te leren. Hieronder een paar lessen.

1. Ga gewoon beginnen! Zet de eerste stap. Probeer het uit.

Het begon al vóór de tablets. Het project was nooit van de grond gekomen als er niet die ene persoon was die in 2005 de stoute schoenen aantrok nadat hij dit bericht op Nu.nl las: ‘Jongeren verlengen hun vakantieliefde door internet’.

Als internet jongeren met elkaar verbindt, dacht hij, waarom kan dat dan niet met voormalige kindsoldaten in Noord-Uganda. Die kids willen ook wel eens chatten met jongeren uit andere delen van de wereld. Zo kunnen zij hun verhaal vertellen en zich minder van de wereld verlaten voelen.

Hij toog met zijn verhaal naar telecomprovider Orange, de voorloper van T-Mobile, waar de CFO direct enthousiast wilde meewerken. Hij liet acht satelliettelefoons naar Uganda sturen. Die beslissing gaf onder non-profits flink wat discussie (wat kost dat wel niet..), maar feit was wel dat er wat begon te bewegen.

Deze ervaring leidde ertoe dat een coalitie van partijen (waaronder dus T-Mobile, War Child, TNO en Buitenlandse Zaken) besloten budget vrij te maken voor innovatieve projecten in Afrika.

2. Je hebt een ‘innovatieheld’ nodig , iemand die met het doel voor ogen blijft doorzetten.

Enkele jaren later ontstaat dan het idee om tablets te gebruiken om het belabberde niveau van lesgeven op te krikken. De tablets kunnen regelmatig worden ge-upload met nieuw educatief materiaal. Al zal er iemand voor langs de dorpen moeten gaan of zullen de docenten naar de stad moeten reizen, want in de dorpen zelf is nog geen verbinding.

Eén medewerker ging volledig voor het idee. Het vereiste doorzettingsvermogen. Want organisaties die niet met innovatie werken begrijpen ‘grote’ ideeën niet. Je moet daarom tegen de stroom van een organisatie durven ingaan, de regels buigen, de procedures omzeilen, geduld hebben en de weerstand weerstaan. Collega’s zijn meestal enthousiast over een leuk idee, maar als ze terug zijn achter hun bureau wachten weer de e-mail, de urgente zaken, de volle agenda’s en de volgende vergadering.

Innovatie, delen, crossoversInnovatie, delen, crossoversInnovatie, Peter, delen, crossoversInnovatie, Peter, delen, crossoversVoor dit project moesten er ook steeds weer kleine beetjes extra budget bevochten worden om een volgende stap te kunnen zetten. Een goed idee is slechts 5 procent van de innovatie, de rest is hard zwoegen. En als je wanhoopt, kijk je even naar het plaatje bij deze tekst. Organisaties zijn vaak zo bezig met denken en plannen dat we vergeten te realiseren dat de wereld om ons heen is veranderd.

Een van mijn favoriete verhalen in dit opzicht is die van een oud-collega die in 1997 voorstelde iedereen binnen zijn organisatie een eigen e-mailadres te geven. Hij werd uitgelachen: ‘E-mail? Kom op man, we hebben toch een fax!’

3. Deel je idee met zoveel mogelijk mensen. Houd het niet voor jezelf. Neem mensen mee op je reis.

De bovenstaande medewerker sprak met iedereen die hij ontmoette over zijn idee. De feedback bracht hem andere inzichten en nieuwe mogelijkheden. Verkondig het ‘luid, maar bescheiden’, zoals hij zei. Er is nog niets, behalve je enthousiasme voor een idee. Neem mensen daarin mee, zeker uit het management en de directie.

4. Werk samen met onverwachte partijen. Maak crossovers!

De diversiteit van gedachten en ervaringen is onmisbaar voor innovatie. Om een tunnelvisie te vermijden heb je verschillende perspectieven op een idee nodig. In deze coalitie waren het vreemde bedgenoten. Om daarmee samen te werken moet je wel bouwen aan vertrouwen, open durven zijn, goede afspraken maken over verantwoordelijkheden, dezelfde taal spreken en één doel voor ogen hebben.

‘We haatten elkaar in het begin’, vertelde een medewerker. Zoek daarom naar zaken die binden en energie geven, naar de leuke ervaringen. Laat het vooral geen verplichting zijn!

5. Betrek je doelgroep.

Hoewel in dit project de docenten en de leerlingen in Zuid-Sudan eerder testers zijn dan mede-eigenaren, is het wel van belang de doelgroep te betrekken als co-creators, mede-eigenaren, mede-ontwikkelaars, mede-ontwerpers van het idee en mede-uitvoerders. Niemand weet immers zo goed hoe iets werkt als de doelgroep zelf.

– – 

Het project is uitgevoerd in een coalitie van drie non-profits (Child HelpLine, Free Press Unlimited en War Child), een telecomprovider (T-Mobile) en een kennisinstituut (TNO). Zij kregen geld van het ministerie van Buitenlandse Zaken om innovatieve projecten in ontwikkelingslanden van de grond te krijgen. Voor bovenstaand beschreven project is later een aantal andere organisaties, waaronder Unicef, aangesloten. 

Disclosure: Sinds 1 januari werk ik als innovatiemanager bij War Child. Ik heb hier niet gekeken naar de kwaliteit van het project (het verkeert nog in een pilotfase), maar louter naar de lessen voor innovatie.