Myanmar: CHANGE all over

Myanmar: CHANGE all over

30 dagen Myanmar. Een land vol verrassingen.
Ik vertrek met angst rond mijn hart.

Wat zou het zonde zijn als de nationale ‘klederdracht’, de longyi, werd vervangen door spijkerbroeken.
Wat zou het zonde zijn als de nijvere inzet van de bewoners werd bedorven door de nu afwezige stress.
Wat zou het zonde zijn als het bevrijdende gevoel van veiligheid zou moeten wijken voor het ons bekende gevoel van onveligheid.
Wat zou het zonde zijn als de collectiviteit werd vervangen door ‘ik, ik, ik’.
Wat zou het zonde zijn als de ongebreidelde en alom aanwezige cultuurschatten prooi zouden worden van toeristenellende.
Wat zou het zonde zijn als alle gemanipuleerde merkartikelen in de supermarkt de enorme rijkdom aan variatie en versheid op de vele lokale markten zou verdringen.
Wat zou het zonde zijn als het Boeddhisme als levensstijl werd vervangen door Boeddhisme als (intolerant) geloof.
Wat zou het zonde zijn als de reeks ‘geboren worden, leren, les geven en dood gaan’ als leidraad voor je leven werd vervangen door ‘geboren worden, leren, graaien en dood gaan’.

Myanmar heeft me aan alle kanten verrast. De vele mobiele telefoons, de Sky-schotels op vele daken, solar op menig huis, de stenen huizen, het hoge alfabetisme, het werk aan de infrastructuur, de enorme keuze aan vers voedsel, de solidariteit en vrijgevigheid.
Maar bovenal werd ik verrast door het schijnbare effect van het Boeddhisme, waarin respect en harmonie voorop staan.

Maar vooral verrast door het positivisme.
In een land dat tientallen jaren dictatuur door Generaals heeft gekend verwacht je frustraties en wraakgevoelens.
Niks van dat alles, in ieder geval niet in de vele gesprekken die we hebben gevoerd.
Daarin stond de opwinding over wat er allemaal gaat gebeuren centraal. Hoe je met elkaar democratie gaat ‘beleven’’ en inrichten.
Met een onvoorstelbare wijsheid over ‘stap voor stap’ en ‘veel leren’ in plaats van ‘macht’ en ‘nu wij’.

Echte CHANGE heeft een voedingsbodem nodig. En die is vaak negatief door gedwongen omstandigheden. Zelden zie je CHANGE ontstaan door inzicht en wijsheid voordat die noodzaak manifest wordt.
Echte CHANGE heeft ook altijd iets van ongeduld. We hebben haast en zijn intolerant voor hen die niet meewillen.
Als ik Myanmar vergelijk met het gemiddelde Afrikaanse land is het zeker niet achtergebleven sinds de Britten er vertrokken (wat in Afrika en Birma vrijwel tegelijkertijd gebeurde). Het is geen bedelland geworden, zoals menig Afrikaans land. Myanmar heeft net op tijd ingezien dat de ‘deals’ met China het land geen goed brengen. Ongeacht het feit dat menige generaal inmiddels zijn zakken meer dan gevuld heeft als gevolg van die deals.
Waar in Afrika dat vullen van zakken niet snel genoeg kan gaan en niet lang genoeg kan duren, lijkt in Myanmar de gemiddelde generaal zich te beseffen dat er grenzen zijn. Iets dat niet alleen onder druk van ‘het buitenland’ tot stand is gekomen, maar zeker ook door de (sterke) invloed van de honderdduizenden monniken als representant van de Boeddhistische geaardheid van de bewoners.

De CHANGE lijkt van binnen te komen. Van gesprekken over de recente ontwikkelingen houd je het gevoel van ‘het is nu tijd’ over. Het is nu tijd voor een nieuwe fase waarin ‘we’ zorgvuldig om moeten gaan met de nieuwe mogelijkheden.
Geen haast, geen onbezonnenheid. Eerst leren, eerst les geven.
Zoals de man die het eerste boek schreef over lokale democratie en ik toevallig (wat is toeval..) tegen kwam in een boekhandel bij Seraing Hills. Die zijn leven in het teken van ‘les geven over de mogelijkheden van democratie’ had gesteld. Het land doorreisde om iedereen ervan te overtuigen dat democratie ook echt democratie moest zijn. Vanuit verantwoordelijkheid van en voor elkaar, zonder dogma’s en intolerantie voor afwijkende meningen. Waarin luisteren, begrip en oplossingen voorop staan.
Een man zonder budget, onderwijsfonds en sponsors, maar wel met een hartstochtelijke missie. Een man waard om te steunen.

Angst en hoop dus.
Ik houd me vast aan de hoop en wijsheid van collectief Myanmar.
Als het even kan zou ik er les willen geven om te voorkomen dat m’n angst werkelijkheid wordt.

Myanmar: land van CHANGE (2)

Myanmar: land van CHANGE (2)

Ik heb het even twee weken laten liggen. Het kostte even moeite de ervaringen in Maynmar te rangschikken.
De mooiste: we worden uiteraard geacht de zonsondergang in Bagan vanaf een grote tempel te volgen (hoogte 50 meter). Schitterend gezicht om de laatste zonnestralen de duizenden stupa’s te zien verlichten en hun silhouetten als symbool van innerlijke wijsheid langzaam te zien verdwijnen in het diepdonker van de nacht. Pure inspiratie.

Dat doe je in het hoogseizoen (dec/jan) dan wel met busladingen vol buitenlanders. De stofwolken van de bussen zorgen voor een extra accent op de toch al feeërieke sfeer, maar de inhoud van de bussen doet dat bepaald niet.
Je mag op de eerste en tweede ring zitten, respectvol voor de cultuur en ouderdom van de stupa. De derde ring is verboden te betreden, maar zit uiteraard vol met de businhoud, voorzien van meer dan genoeg film- en fotoapparatuur om CNN en National Geographic stil te krijgen. Met een waarde die voldoende is om de lokale bevolking voor vele jaren rijkelijk te voeden.
‘Uiteraard’ nemen wij, samen met de gids, vroegtijdig een plekje in op de 2e ring. Die al snel volstroomt naar gelang de stofwolken toenemen. Gezellige gesprekken met Australiërs en Zweden veraangenamen het wachten op de magistraal dalende koperen ploert.
Voor ons een wat gevaarlijk uitziende balustrade, die wij, ingegeven door een lichte vorm van hoogtevrees in ieder geval onberoerd laten. Wat niet geldt voor een kordaat mens-persoon dat enigszins houterig, maar uiteindelijk wel succesvol de balustrade bedwingt. De zucht waarmee het menspersoon de eerste rij bekroont is voor ons adembenemend, letterlijk en figuurlijk. Dag uitzicht en inspiratie.
Betekenisvolle blikken tussen de bezetters van de tweede rij leiden tot de vriendelijke vraag aan het menspersoon om op de 2e rij plaats te nemen in plaats van het uitzicht voor zichzelf te claimen.
Tevergeefs. Onverstoorbaar voor enige vorm van commentaar blijft het menspersoon zitten genieten van ONS uitzicht. Als ‘het’ zich uiteindelijk omdraait blijkt het, tot onze schrik, ook nog eens een vrouw te zijn. Voordat medelijden onze houding doet wankelen maken we uit het verbeten accent op dat bet een Russische is. ‘Haar’ stemgeluid is in volledige overeenstemming met de mededeling die ze doet: “Hebben jullie soms gereserveerd?” (of zoiets vergelijkbaars, want haar Engels was niet bepaald werelds).
Tja, wat doe je dan?
De gelederen worden gesloten. De Australische buurvrouw geeft zelfs een ferme por met haar zonneparaplu, maar het Russische bolwerk geeft geen krimp. Ik krijg ineens met terugwerkende kracht begrip voor het fenomeen ‘Koude Oorlog’.
Nou moet ik gelijk toegeven dat mijn ervaringen met globetrottende Russen uitermate negatief is. ‘Onbeschoft’ en ‘a-sociaal’ zijn de woorden die het het beste dekken. Mogelijk is dat gedrag de resultante van het moeizaam ploeteren door de sneeuw tijdens lange winters en het vervolgens weer op temperatuur komen met een overdaad aan vodka, maar voor mij zet het alarmbellen aan.
Voordat de paraplupunt werkelijk schade kan aanrichten en de VN Veiligheidsraad een oplossing moet bieden komt een iets te luidruchtig mans-persoon in beeld. Schuift iedereen luidruchtig opzij op de gevaarlijk smalle loopruimte en gaat met zichtbare minachting voor hoogtevrees naast de Russische zitten. Zijn zucht een copie van die van de Poetin-vazal.
Nu is ook de Zweedse volledig haar beeld kwijt en baat het de Australische niet meer om iets opzij te gaan zitten.
De wederom uitgesproken verbazing over zoveel onbeholpenheid (‘kun je niet minstens vragen of we bezwaar hebben’) krijgt een boven alles verheven reactie in het Engels, dit keer met een zwaar Duits accent: “of we eigenaar waren”.
De zichtbaar ver genoegzame jonge versie van Herr Himmler had er openlijk plezier in dat iedereen achter hem ‘pissed off’ was en ging nog breder zitten, met luide stem zijn preferente positie aangevend naar zijn mede-businhoud op de 1e ring. Alle varianten op ‘M’n fiets’ schoten door mijn gedachten….

Inmiddels bereikte de gestaag dalende ronde rode schijf een cruciale filmische positie. Met een scherp gevoel voor risicomanagement verrezen we al mokkend uit onze zit-positie en gingen al klikkend aan de slag met het vastleggen van zoveel fraais aan natuurschoon.
Het verdwijnen van het rode monster achter de golvende horizon was het startsein voor het vertrek van alle nationaliteiten en het ongetwijfeld opeisen van ‘mijn plekje’ in de inmiddels ronkende groepsgevangenissen.
We kozen instinctief voor ‘even blijven’ en betrokken de gids, die het allemaal vanaf een afstandje had bekeken, bij onze verontwaardiging over zoveel onrechtvaardigheid. Of het geen goed idee was ‘om zijn eigen stupa te bemachtigen, zodat hij al zijn klanten een mooi plekje kon garanderen’. Waaruit maar weer eens blijkt dat ik overal kansen zie…
De gids schudde zijn hoofd, zijn gelaatsuitdrukking sprak boekdelen. Meewarig keek hij ons aan en sprak de woorden “ Waarom maken jullie je zo druk, morgen gaat de zon weer onder”.

Nou kun je in zo’n situatie beginnen over ‘dat het nooit dezelfde mooie zonsondergang kon zijn’ of ‘dat we morgen vanaf ergens anders die zon wel wilden zien en niet vanaf het zelfde plekje met de wetenschap van nu’, maar ik voelde intuïtief precies wat zijn meewarige blik al had aangegeven.
Ik kreeg het gevoel dat ik had bij het de eerste keer lezen van deze Chinese wijsheid: ‘Wanneer iemand naar de maan wijst, dan kijkt de domoor naar de vinger, de wijze kijkt naar de maan.’
De les was meer dan duidelijk. Niet de gemiste kans op een dodelijk val van ‘Poetin’ en ‘Himmler’ verdiende onze aandacht, maar de Boeddhistische les erachter.

De 20 dagen ervoor was ik meer en meer onder de indruk geraakt van de verdraagzaamheid, het respect, de mede-menselijkheid, de harmonie die de mensen in Myanmar met zich meedragen. MENS zijn in optima forma.
En als je iemand tegenkomt die de wijsheid daarachter maar niet wil begrijpen, is het eerder tijd voor medelijden met diens gebrek aan inzicht dan het aanwakkeren van de eigen stress- en haatgevoelens.

De meewarige blik van de gids gaf me een intens gevoel van ‘betrapt zijn’ en een diep besef van mijn geconditioneerde geaardheid. Een geconditioneerde geaardheid die me ook al 10 dagen lang had achtervolgd aan de begin van de reis. Telkens als iemand mij vriendelijk vroeg of hij/zij kon helpen, wat veelvuldig voorkwam, was achterdocht de leidende primaire reactie.
Pas na die 10 dagen kon ik zonder die primaire reactie, met dezelfde vriendelijke gelaatsuitdrukking als de gemiddelde Myamaraan, reageren en de hulp aanvaarden. Zonder de neiging om bij het minste of geringste maar een fooi te geven. Het is kennelijk niet makkelijk om de harde effecten van Ruil, Reputatie en Relatie los te laten.
‘Luisteren’ is meer dan luisteren naar de woorden van de ander. Dat wist ik al, maar de mensen van Myanmar hebben daar nog een extra perspectief aangegeven.

CHANGE doe je samen…
Help me dat besef vast te houden!

Myanmar, de snelheid van CHANGE

Myanmar, de snelheid van CHANGE

Ik zit nu een week in Myanmar en kijk m’n ogen uit.

Ik had van te voren toch een heel ander beeld van Myanmar, het oude Birma.

Met 50 jaar Generaalsleed, ontwikkelingswerk, lijdzame mensen en een China syndroom.

Dat beeld is nu toch wel drastisch anders.

Bij de voorbereiding zijn we niet over 1 nacht figuurlijk ijs gegaan. Veel gesprekken gehad. Van een weinig ondernemende consul (we moeten nog antwoorden krijgen…) tot microkredietverstrekkers en zakenlui.

Gelukkig hebben we via Jos van der Wiel, die in China woont en er regelmatig komt, een perfect reisschema kunnen samenstellen zodat we in korte tijd een compleet beeld kunnen krijgen (eerlijk is eerlijk, door gevechten in het binnenland kunnen we pakweg 20% niet realiseren van wat we wilden. Gevechten waar we overigens niets van hebben gemerkt).

Dat eerste beeld is nu na een week (en talloze contacten met zakenmensen en mensen op straat) volstrekt anders geworden.

In de eerste plaats alle respect voor de inwoners van Myanmar die in razend tempo aan het bijschakelen zijn. Je kunt openlijk met iedereen praten over de problemen, maar vooral ook over de uitdagingen die er liggen. Onderwijs, gezondheidszorg, democratie..

En denk nu niet dat er niks is, want als ik het vergelijk met een land als Kenia dan staat Kenia op een 4 en Myanmar op een dikke 6. En eigenlijk staat Myanmar er beter voor.

Ik heb de grootste moeite gehad om m’n in Kenia gewortelde achterdocht (‘niemand is te vertrouwen’) om te buigen is oprecht vertrouwen (‘hier zijn de mensen echt bereid je te helpen’). Je wordt hier niet bij voorbaat beschouwd als makkelijk slachtoffer. In tegendeel, horden mensen staan voor je klaar om je het naar de zin te maken. Zonder nadrukkelijke (financiële) bijbedoeling.

Overal waar je komt willen mensen met je praten. Zijn ongelofelijk behulpzaam. Geven je van alles mee wat ze maar kunnen missen, hoe weinig ze ook hebben. Een glimlach is hier standaard. Tjonge, wat is dat wennen als je uit een cultuur komt van de ‘Z’.

Iedereen is aan de slag, ziet kansen, wil vooruit.

De infrastructuur valt reuze mee (wegen zijn goed te berijden), nieuwe auto’s worden aan de lopende band ingevoerd. Vrijwel elk huis heeft een TV. Wifi is in grote plaatsen beschikbaar, de snelheid van internet zou Ziggo jaloers op kunnen zijn. Je kan het zo gek niet bedenken of het is te krijgen (meer zelfs dan bij ons). Mensen staan voor elkaar klaar, weten ook wat het is om elkaar te steunen en zo vooruit te komen.

Ligt daar het verschil tussen Islam en Christendom aan de ene kant en Boeddhisme aan de andere kant? De beide eersten intolerant, voortdurend bezig anderen te overtuigen van ‘hun’ gelijk? De laatste meer een levensstijl die je vanuit positiviteit benadert in plaats van met gesel en verdoemenis?

Mooie vragen om de komende 3 weken aan de lijve te gaan onderzoeken!

Misschien heb ik een naïef beeld opgebouwd in de afgelopen week. Kan zijn. Daar komen we dan nog achter. Maar voorlopig ben ik danig onder de indruk van wat hier gebeurt, Generaals of niet.

CHANGE in optima forma, en spannend om te volgen.

(wordt vervolgd)

CHANGE: FEEDBACK EN FEETBACK

CHANGE: FEEDBACK EN FEETBACK

We hebben het erover, maar het is nog geenszins het geval bij veel bedrijven: het vragen en geven van feedback.
Hetty van Ee van ORMIT herinnerde mij eraan in haar presentatie over ORMIT en de manier waarop de ‘stagiaires’ die zij met ORMIT begeleiden leren functioneren bij de opdrachten die ze uitvoeren.

Die ‘stagiaires’ zijn talentvolle jongeren die van de universiteit afkomen en meerdere projecten gaan doen (in 2 jaar tijd) bij (grotere) bedrijven. En ‘en passant’ in hun leiderschapskwaliteiten worden ondersteund.
Bij hun opdrachten vragen ze regelmatig om ‘feedback‘ op hun taken en gedrag en bij veel opdrachten is men dat kennelijk niet gewend. Dat herken ik wel.
Eerlijke feedback geven op gedrag gebeurt niet veel in bedrijven. Net zo goed als functioneringsgesprekken eerder beleden dan beleefd worden.
Terwijl het voor de vrager ernaar uiterst relevant is om zich te kunnen realiseren wat zijn/haar gedrag ‘veroorzaakt’ bij anderen.

Is feedback al een punt van aandacht, dat geldt zeker voor ‘feetback’.
Feetback’? Ja, dat staat voor ‘even een stapje terug nemen en kijken naar je eigen activiteiten/gedrag en het effect ervan op anderen’.
Zeker leidinggevenden, zoals executives en commissarissen, zitten zichzelf niet zelden in de weg en hebben veel moeite hun eigen kwetsbaarheid te tonen.
Hoe mooi zou het niet zijn als ze in staat zouden zijn de kwetsbaarheid voor zichzelf te beleven en er daadwerkelijk iets mee te doen.
Nu is niks moeilijker dan een stapje terug doen en naar je eigen gedrag te kijken, maar als je het eenmaal kunt is het een bevrijding van de eerste orde. Weg met dat ‘EGO’, leve ‘samen’.
Want als je je bewust bent van de ineffectiviteit van je eigen bijdrage aan de gezamenlijke doelen ben je ook bereid om je bijdrage/gedrag aan te passen in het belang van het realiseren van de gezamenlijke doelen.

Veranderen begint bij ‘feetback’ voor jezelf in combinatie met ‘feedback’ voor alle betrokkenen om de symbolisch oogkleppen maximaal ter discussie te kunnen stellen.
Als je daar de sfeer voor hebt weten neer te zetten is er niks bedreigends meer aan en wordt het een gezamenlijk leertraject waar je veel plezier van kunt hebben voor je persoonlijke groei.

CHANGE: ONT-moeten

CHANGE: ONT-moeten

Baal jij ook zo van dat ‘moeten’?
Van jongs af aan wordt ons geleerd om iets wel of niet te ‘moeten’ doen.
Met desastreuze gevolgen!

We leren onze kinderen meer af dan bij. Allemaal met een ‘moet’ functie. Want je ‘moet’ erbij of erin passen. In die maatschappij, in dat bedrijfsleven.
Regels zijn er om alles onder controle te houden en regels ‘moet’ je volgen.
‘Moet’ staat dan ook bij veel mensen gelijk aan:

–       angst, om de controle te verliezen

–       wantrouwen dat regels niet gevolgd worden

–       belemmeringen die je tegenhouden

–       grenzen die je moet eerbiedigen

–       negatieve gevolgen

Niet alles aan dat ‘moeten’ ervaren we als negatief, want het geeft ook een perceptie  van ‘veiligheid’ als iedereen die regels volgt. Vertrouwen op de regels tegenover wantrouwen dat ze niet gevolgd worden.
De verlamming van het ‘moeten’ is nu manifest aan het worden. Want die ‘regels’ werken niet meer, geven niet meer de standaard oplossing waar we op vertrouwden dankzij de regels.

Tijd voor ONT-moeten. Tijd voor ‘moed’.
De ‘moed’ om te delen, om een andere weg in te slaan, om je hart te vertrouwen, je passie te volgen.
Die ‘moed’ staat voor velen gelijk aan:

–       energie die naar je toekomt

–       vrijheid en opluchting dat het niet meer ‘moet’

–       creativiteit om je eigen grenzen te verkennen en te verleggen

–       kansen pakken

–       vertrouwen op wat komt

‘Moed’ staat vaak synoniem met ‘loslaten’ en vertrouwen op wat gaat komen.
‘In de ontmoeting met mensen om je heen de moed hebben om te delen’. CHANGE met een mooie combinatie van woorden.

Om van ‘moet’ naar ‘moed’ te kunnen gaan zijn is LEF nodig. Waarbij LEF een acroniem is van:

–       LEGO

–       Eigen Kracht

–       Friendsize

Dat verdient terecht enige uitleg.

Met LEGO bouw je de mooiste dingen, maar je baalt als een stekker als de steentjes niet op elkaar passen!
Leiders met een ego zijn de grootste belemmeraars van veranderingen. Want het zijn niet HUN veranderingen, niet HUN oplossingen, dus… Om veranderingen mogelijk te maken moet een Leider zijn EGO opzij zetten en minimaal tot hanteerbare proporties terugbrengen. De meesten is dat niet gegeven, helaas. Terwijl ze, als ze hun ego beheersen, samen met anderen geweldige dingen kunnen realiseren. Leiders met een beheersbare EGO kunnen met elkaar samenwerken zoals je kunt bouwen met LEGO. We zoeken dus naar LEGO bouwheren/dames!

Je hebt Eigen Kracht nodig om te vertrouwen in wat voor je ligt. Ook al weet je niet precies wat er gaat komen, je vertrouwt op je eigen inbreng, creativiteit, kracht en doorzettingsvermogen om een voor jouw acceptabel resultaat te bereiken (als onderdeel van het ‘samen DOEN’). Leren is daarbij net zo belangrijk als dat persoonlijke resultaat.

Iedereen kent de knellende banden van het Franchise model. Je ‘moet’ dit, je ‘moet’ dat…
En als het nou in dienst zou staan van iedereen die meedoet zou het nog meevallen, maar het staat in dienst van de franchisegever, die er een zo mooi mogelijke boterham mee wil verdienen.
Daarom een FRIENDsize aanpak, waarbij die gedwongen regels er niet zijn voor de franchisegever, maar voor het collectief van Friends. Ieder zijn deel, om te geven, om op z’n tijd te krijgen en als het nodig is om te vragen. Met elkaar versterk je elkaar, vertrouwt op elkaar en bent er om het initiatief op een hoger plan te brengen. Samen aanpakken, samen delen, samen ‘ownership’ van het initiatief.

Ik wens je veel LEF bij je volgende ONT-moeting!

CHANGE: bouwen met LEGO, Leiders zonder EGO

CHANGE: bouwen met LEGO, Leiders zonder EGO

Recent mocht ik een presentatie geven voor de Federatie Textielbeheer Nederland. Over CHANGE in Business, ofwel waar gaan veranderingen plaatsvinden en wat kun je doen om ze voor te blijven.  Titel: ‘De nieuwe Kleren van de Keizer’, naar het gelijknamige sprookje van Hans Christian Andersen.

Daarmee refererend aan Leiders die een te groot ego hebben niet in staat zijn te luisteren naar de (alarm-)signalen uit hun omgeving. Maar ook aan het verzamelen van ‘ja’-knikkers in je omgeving, in plaats van kritische medewerkers die je scherp houden.

Vraag het aan iedereen die veranderingen heeft meegemaakt: leiders met een ego zijn fikse, zo niet de grootste, belemmering om een veranderingsproces draagvlak te geven. En dan zijn het niet alleen de formele leiders, maar zeker ook de informele leiders. Die hun positie in gevaar zien komen en controle willen houden over de uitslag. Niet zelden moet je met hen ‘onderhandelen’ om iets gedaan te krijgen.

Slaag je erin de ego’s naar hanteerbare proporties terug te brengen, zodat de bezitters ervan luisteren en met elkaar positief aan de gang gaan, dan ligt er ene wereld van mogelijkheden en kansen voor je open.
Leiders zonder EGO gedragen zich dan ineens als LEGO, waarbij de steentjes naadloos in elkaar passen en de mooiste dingen tot stand komen.

Bij CHANGE in Business zijn we uiterst gevoelig voor die negatieve energie van ego’s die zichzelf in de weg staan. Die prikken we het liefst door, net als een pijnlijke blaar.