Uitgerekend op het moment dat het kabinet bestaat uit een coalitie van PvdA en VVD, wordt de Nederlandse samenleving door de toenemende migrantenstromen uit Noord-Afrika en Oost-Europa gedwongen een keuze te maken vóór of tégen onvoorwaardelijke opvang van migranten. Het lijkt er namelijk op dat wie niet onvoorwaardelijk vóór is, per definitie tégen is.

Waren er al voor de kleur grijs 50 tinten, het migranten vraagtuk heeft duizenden nuances. Rutte had als primus inter pares leiderschap moeten tonen, maar de links/rechts-combinatie van “zijn” kabinet maakt hem vleugellam. Elke handeling, elke uitspraak is een leeg, krachteloos compromis van tegengestelde meningen, waarin die van D66, ChristenUnie en SGP de spoeling nóg dunner maken.

Zie hier het failliet van het poldermodel en de compromissenpolitiek. In wezen het failliet van de EU, dat zich profileert als de Verenigde Staten van Europa, maar de belangen en meningen van 28 onafhankelijke lidstaten en een veelvoud aan culturen daarbinnen probeert te verenigen in standpunten en besluiten. Niet voor niets probeert de EU op het moment dat ik dit schrijf Turkije de EU in te rommelen, in de hoop daarmee de migrantenstroom enigszins te beperken. Dat hiermee een doos van Pandora geopend kan worden weet iedereen; politici zijn echter te vergelijken met aandeelhouders: liever korte-termijnresultaat (een verdrag!) dan langetermijnbeleid: “Na ons de zondvloed”.

The ‘morality of compromise’ sounds contradictory. Compromise is usually a sign of weakness, or an admission of defeat. Strong men don’t compromise, it is said, and principles should never be compromised. – Andrew Carnegie

Toegegeven, elk concreet besluit van de minister-president heeft –zeker in dit tijdsgewricht– (verregaande) consequenties. Angela Merkel toonde leiderschap door eind augustus/begin september de grenzen van Duitsland wagenwijd open te zetten voor migranten. Achteraf bezien een fout –haar eerste fout– maar wel een keuze. Nederland wacht af en kijkt hals reikend uit naar keuzes die de EU maakt, zodat Nederland de Zwarte Piet of lauwerenkrans daar kan neerleggen.

Hoe kan Rutte dan (alsnog) leiderschap tonen?

Door keuzes te maken.
Zowel het kamp vóór onvoorwaardelijke toelating van migranten als tégen elke vorm van toelating van migranten (de zwart/wit denkers) laten zich volledig leiden door emoties.
Goed, ze krijgen veel aandacht, maar vertegenwoordigen niet “de Nederlander” of een algemene consensus.
– Nee, we laten niet alle migranten toe.
– Ja, alle migranten die oorlogsgebieden ontvlucht zijn, worden nu opgevangen.
Voor alle andere migranten geldt allang wet- en regelgeving voor het verkrijgen van werkvisa en/of een verblijfsstatus. Daar houden we ons aan.

De omvang van de migrantenstroom is echter zo groot, dat de door de overheid gestelde “redelijke” termijnen waarschijnlijk niet gehaald gaan worden om elke aanvraag zorgvuldig te toetsen. Een noodwet of “Algemene Maatregel van Bestuur” moet dan de ruimte scheppen om elke aanvraag (dit jaar gemiddeld 1.154 per week) zorgvuldig te kunnen toetsen.

Tegen elke vorm van geweld gerelateerd aan deze humanitaire ramp in wording –geweld door en tegen migranten, gewelddadige protesten, bedreiging van en geweld tegen voor- en tegenstanders, bekladding en vernieling van asielzoekerscentra en dergelijke– dient ongehoord hard te worden opgetreden: maximale pakkans, maximale straffen.

Dat is keuzes maken.
Dat is leiderschap.
Dat is minister president-waardig.

Ook tolerantie kent grenzen.