Ik heb het even twee weken laten liggen. Het kostte even moeite de ervaringen in Maynmar te rangschikken.
De mooiste: we worden uiteraard geacht de zonsondergang in Bagan vanaf een grote tempel te volgen (hoogte 50 meter). Schitterend gezicht om de laatste zonnestralen de duizenden stupa’s te zien verlichten en hun silhouetten als symbool van innerlijke wijsheid langzaam te zien verdwijnen in het diepdonker van de nacht. Pure inspiratie.

Dat doe je in het hoogseizoen (dec/jan) dan wel met busladingen vol buitenlanders. De stofwolken van de bussen zorgen voor een extra accent op de toch al feeërieke sfeer, maar de inhoud van de bussen doet dat bepaald niet.
Je mag op de eerste en tweede ring zitten, respectvol voor de cultuur en ouderdom van de stupa. De derde ring is verboden te betreden, maar zit uiteraard vol met de businhoud, voorzien van meer dan genoeg film- en fotoapparatuur om CNN en National Geographic stil te krijgen. Met een waarde die voldoende is om de lokale bevolking voor vele jaren rijkelijk te voeden.
‘Uiteraard’ nemen wij, samen met de gids, vroegtijdig een plekje in op de 2e ring. Die al snel volstroomt naar gelang de stofwolken toenemen. Gezellige gesprekken met Australiërs en Zweden veraangenamen het wachten op de magistraal dalende koperen ploert.
Voor ons een wat gevaarlijk uitziende balustrade, die wij, ingegeven door een lichte vorm van hoogtevrees in ieder geval onberoerd laten. Wat niet geldt voor een kordaat mens-persoon dat enigszins houterig, maar uiteindelijk wel succesvol de balustrade bedwingt. De zucht waarmee het menspersoon de eerste rij bekroont is voor ons adembenemend, letterlijk en figuurlijk. Dag uitzicht en inspiratie.
Betekenisvolle blikken tussen de bezetters van de tweede rij leiden tot de vriendelijke vraag aan het menspersoon om op de 2e rij plaats te nemen in plaats van het uitzicht voor zichzelf te claimen.
Tevergeefs. Onverstoorbaar voor enige vorm van commentaar blijft het menspersoon zitten genieten van ONS uitzicht. Als ‘het’ zich uiteindelijk omdraait blijkt het, tot onze schrik, ook nog eens een vrouw te zijn. Voordat medelijden onze houding doet wankelen maken we uit het verbeten accent op dat bet een Russische is. ‘Haar’ stemgeluid is in volledige overeenstemming met de mededeling die ze doet: “Hebben jullie soms gereserveerd?” (of zoiets vergelijkbaars, want haar Engels was niet bepaald werelds).
Tja, wat doe je dan?
De gelederen worden gesloten. De Australische buurvrouw geeft zelfs een ferme por met haar zonneparaplu, maar het Russische bolwerk geeft geen krimp. Ik krijg ineens met terugwerkende kracht begrip voor het fenomeen ‘Koude Oorlog’.
Nou moet ik gelijk toegeven dat mijn ervaringen met globetrottende Russen uitermate negatief is. ‘Onbeschoft’ en ‘a-sociaal’ zijn de woorden die het het beste dekken. Mogelijk is dat gedrag de resultante van het moeizaam ploeteren door de sneeuw tijdens lange winters en het vervolgens weer op temperatuur komen met een overdaad aan vodka, maar voor mij zet het alarmbellen aan.
Voordat de paraplupunt werkelijk schade kan aanrichten en de VN Veiligheidsraad een oplossing moet bieden komt een iets te luidruchtig mans-persoon in beeld. Schuift iedereen luidruchtig opzij op de gevaarlijk smalle loopruimte en gaat met zichtbare minachting voor hoogtevrees naast de Russische zitten. Zijn zucht een copie van die van de Poetin-vazal.
Nu is ook de Zweedse volledig haar beeld kwijt en baat het de Australische niet meer om iets opzij te gaan zitten.
De wederom uitgesproken verbazing over zoveel onbeholpenheid (‘kun je niet minstens vragen of we bezwaar hebben’) krijgt een boven alles verheven reactie in het Engels, dit keer met een zwaar Duits accent: “of we eigenaar waren”.
De zichtbaar ver genoegzame jonge versie van Herr Himmler had er openlijk plezier in dat iedereen achter hem ‘pissed off’ was en ging nog breder zitten, met luide stem zijn preferente positie aangevend naar zijn mede-businhoud op de 1e ring. Alle varianten op ‘M’n fiets’ schoten door mijn gedachten….

Inmiddels bereikte de gestaag dalende ronde rode schijf een cruciale filmische positie. Met een scherp gevoel voor risicomanagement verrezen we al mokkend uit onze zit-positie en gingen al klikkend aan de slag met het vastleggen van zoveel fraais aan natuurschoon.
Het verdwijnen van het rode monster achter de golvende horizon was het startsein voor het vertrek van alle nationaliteiten en het ongetwijfeld opeisen van ‘mijn plekje’ in de inmiddels ronkende groepsgevangenissen.
We kozen instinctief voor ‘even blijven’ en betrokken de gids, die het allemaal vanaf een afstandje had bekeken, bij onze verontwaardiging over zoveel onrechtvaardigheid. Of het geen goed idee was ‘om zijn eigen stupa te bemachtigen, zodat hij al zijn klanten een mooi plekje kon garanderen’. Waaruit maar weer eens blijkt dat ik overal kansen zie…
De gids schudde zijn hoofd, zijn gelaatsuitdrukking sprak boekdelen. Meewarig keek hij ons aan en sprak de woorden “ Waarom maken jullie je zo druk, morgen gaat de zon weer onder”.

Nou kun je in zo’n situatie beginnen over ‘dat het nooit dezelfde mooie zonsondergang kon zijn’ of ‘dat we morgen vanaf ergens anders die zon wel wilden zien en niet vanaf het zelfde plekje met de wetenschap van nu’, maar ik voelde intuïtief precies wat zijn meewarige blik al had aangegeven.
Ik kreeg het gevoel dat ik had bij het de eerste keer lezen van deze Chinese wijsheid: ‘Wanneer iemand naar de maan wijst, dan kijkt de domoor naar de vinger, de wijze kijkt naar de maan.’
De les was meer dan duidelijk. Niet de gemiste kans op een dodelijk val van ‘Poetin’ en ‘Himmler’ verdiende onze aandacht, maar de Boeddhistische les erachter.

De 20 dagen ervoor was ik meer en meer onder de indruk geraakt van de verdraagzaamheid, het respect, de mede-menselijkheid, de harmonie die de mensen in Myanmar met zich meedragen. MENS zijn in optima forma.
En als je iemand tegenkomt die de wijsheid daarachter maar niet wil begrijpen, is het eerder tijd voor medelijden met diens gebrek aan inzicht dan het aanwakkeren van de eigen stress- en haatgevoelens.

De meewarige blik van de gids gaf me een intens gevoel van ‘betrapt zijn’ en een diep besef van mijn geconditioneerde geaardheid. Een geconditioneerde geaardheid die me ook al 10 dagen lang had achtervolgd aan de begin van de reis. Telkens als iemand mij vriendelijk vroeg of hij/zij kon helpen, wat veelvuldig voorkwam, was achterdocht de leidende primaire reactie.
Pas na die 10 dagen kon ik zonder die primaire reactie, met dezelfde vriendelijke gelaatsuitdrukking als de gemiddelde Myamaraan, reageren en de hulp aanvaarden. Zonder de neiging om bij het minste of geringste maar een fooi te geven. Het is kennelijk niet makkelijk om de harde effecten van Ruil, Reputatie en Relatie los te laten.
‘Luisteren’ is meer dan luisteren naar de woorden van de ander. Dat wist ik al, maar de mensen van Myanmar hebben daar nog een extra perspectief aangegeven.

CHANGE doe je samen…
Help me dat besef vast te houden!