Momenteel is er veel discussie over de zorg in verzorgingstehuizen. Het ene verzorgingstehuis of verpleegtehuis scoort vele malen beter dan het andere. Daar waar het niet goed gaat wordt al snel naar de politiek in Den Haag gewezen. De bezuinigingen en regeldrift hebben ‘het’ gedaan en zijn schuldig aan de matige tot slechte scores. De minister en de staatssecretaris worden verantwoordelijk gehouden. De vraag is of je bepaalde verantwoordelijkheden wel buiten je eigen organisatie kunt leggen of zelfs buiten jezelf. Met name als het gaat om aandacht. Oprechte aandacht voor de patiënten als belangrijke waarde, terug te zien in het gedrag. Dat is toch niet zo moeilijk?

In principe ben ik een observerende buitenstaander, door mijn zieke moeder, die 8,5 maand op een palliatieve afdeling lag in een revalidatie- annex verpleeghuis. Mijn grootste zorg was of mijn moeder daar wel voldoende aandacht en de juiste zorg kreeg. En of mijn vader, mantelzorger van mijn moeder, het ook na zijn hartoperatie, wel ging volhouden als mantelzorger in het verzorgingstehuis. ’s Middags en ’s avonds, acht uur per dag.

Het te vaak ontbreken van oprechte aandacht voor de patiënt, in dit geval mijn moeder, is wel de vraag die mij de afgelopen maanden tot half oktober zorgen heeft gebaard. Mijn moeder, een sterke sportvrouw in het nabije verleden, was tot haar eigen grote verdriet door haar ziekte volkomen afhankelijk van de verpleging geworden.

Mijn vader zorgde voor haar lunch, omdat ze dan kreeg wat ze lekker vond. Ze dronken samen koffie en namen de kranten door. Mijn moeder verzuchtte tijdens alle discussie over de zorg wel eens: ’ze zouden vanuit Den Haag eens 48 uur in zo’n bed, afhankelijk van anderen, moeten gaan liggen om te begrijpen hoe dat is. Men neemt beleidsbesluiten zonder te beseffen waarover en welke effecten dat heeft’. Maar niet alles wat beter kon, komt door Den Haag en de beleidsmakers.

In die acht maanden tijd heb ik me over een aantal zaken opgewonden, hoewel ik natuurlijk niets mocht zeggen omdat mijn ouders bang waren voor represailles. Het eten was matig en aandacht voor de patiënt ontbrak hierbij, er werd onzorgvuldig met medicijnen om gegaan en te lang wachten op hulp kwam regelmatig voor. Ook de vele wisselingen van arts droegen niet bij aan het vertrouwen. Vooral niet omdat ze allen weer opnieuw een diagnose wilden stellen aan de hand van haar verhaal en met oplossingen kwamen tegen pijn en obstipatie waar we al twee jaar met andere artsen en ervaringsdeskundigen mee bezig waren.

Luisteren met aandacht is ook een vak en dan napluizen wat al is geprobeerd is kennelijk een te grote opgave. Er zijn natuurlijk altijd uitzonderingen gelukkig. Dat is heel fijn en tegelijkertijd ook het probleem. Het hebben van oprechte aandacht voor de patiënt moet toch op zijn minst een belangrijke waarde van de cultuur zijn en niet alleen een persoonsgebonden manier van werken.

Het allerergste, volgens mijn inmiddels overleden moeder, zijn verpleegkundigen die niet oprecht aardig en belangstellend zijn. Die geen oog hebben voor je als mens en niet zien of je er doodziek bij ligt met veel pijn of toevallig een betere dag hebt. Die oprechte aandacht die wel of niet gegeven wordt, heeft volgens mij niets met bezuinigingen te maken. Het moet in je zitten en het moet gestimuleerd en gewaardeerd worden door het management.

Wel of geen vriendelijke glimlach in de ochtend, aan het begin van een nieuwe dag is toch niet ‘minister- of bezuinigingsafhankelijk’. Een vriendelijk woordje voor iemand die een dag van pijn en ellendig voelen tegemoet ziet, is toch niet teveel gevraagd? Zoals ‘goedemorgen, mevrouw, heeft u goed geslapen? Hoe voelt u zich vandaag? Kan ik iets voor u betekenen?” Wilt u misschien een kopje koffie of thee?’

Want waarom kan en doet de een het wel doen en de ander niet? Die verantwoordelijkheid, om oprechte aandacht te geven, zeker aan mensen in hun laatste levensfase, zou zoveel goed doen en vertrouwen geven. Voor de patiënt, maar ook voor de familie die machteloos de zorg uit handen heeft gegeven en maar moet afwachten of hun geliefde op tijd gehoord en geholpen wordt in de uren die ze er niet zijn. Oprechte aandacht is de meerwaarde die niet in geld is uit te drukken.