savings blog foto 2In de troonrede 2013 stonden twee woorden die de nationale discussie de afgelopen weken beheersten: ‘bezuinigingen’ en ‘participatiesamenleving’. Maar nergens werden de twee begrippen aan elkaar gekoppeld.

Een participatiesamenleving is Nederland feitelijk allang. Bijna 40 procent van de bevolking (6,3 miljoen mensen) doet minimaal eens per jaar vrijwilligerswerk. Het particuliere initiatief is een begrip dat al langer bestaat.

Daarnaast zie je de laatste jaren van onderop tal van vernieuwende initiatieven als paddenstoelen uit de grond schieten: door burgers zelf bedacht, zelf opgezet, zelf geregeld en zelf uitgevoerd – vaak zonder hulp van de overheid.

Bewoners leggen samen een (speel-, groente- of bloemen)tuin aan of onderhouden hun buurt. Ze organiseren hun energie via zonnepanelen. Moeders lezen voor voor kinderen met een taalachterstand. Zzp-ers regelen met elkaar de arbeidsongeschiktheidsverzekering via zogeheten broodfondsen. Creatieve geesten bedenken nieuwe bestemmingen voor leegstaande gebouwen. En in coöperatief verband wordt de zorg voor de oude dag vorm gegeven.

Sociaal doe-het-zelven

‘Sociaal doe-het-zelven’ noemen publicist Jos van der Lans en wethouder te Amsterdam Pieter Hilhorst dit in hun afgelopen week verschenen boek.

Rode draad in al deze initiatieven is de mondige, ondernemende burger. Hij of zij ziet kansen en wil niet langer wachten op de (lokale) overheid die er soms maanden over doet om een beslissing te nemen.

Toch wordt die burger niet betrokken bij een van de grootste vraagstukken die Nederland op dit moment kent: de miljardenbezuinigingen.

Waarom niet?

Die participerende burger is immers als werknemer ook actief in de publieke sector die getroffen wordt door de bezuinigingen: in de zorg, het onderwijs, de media of bij de gemeenten of Defensie etc.

Hij weet deep down heel goed wat er beter, goedkoper, efficiënter kan. Hij zit er tenslotte elke dag met hun neus bovenop.

Deze week sprak ik een vrouw die werkte bij een instelling in de Jeugdzorg, waar bezuinigingen de organisatie hard raken. Maar aan haar en haar collega’s was niet gevraagd om mee te denken over de bezuinigingen, hoewel ze er prima ideeën over had.

De bezuinigingen worden in de bovenkamer van de organisaties bedacht en dan naar beneden de organisatie in geduwd. Het personeel is er vaak alleen om de consequenties te ervaren.
Waarom kan de werknemer daar niet creatief over meedenken? Waarom gebeurt dat alleen als het gaat om leuke ideeën?

savings blog foto

Toen ik een aantal jaren geleden met mijn organisatie moest bezuinigen, daagde ik mijn collega’s uit met ideeën te komen om de begroting op orde te krijgen. Het leverde een groot deel van de besparingen op die wij moesten doorvoeren. Medewerkers waren zelfs bereid in eigen vlees te snijden.

Met zijn allen weten we zoveel meer. Maak daar gebruik van: daag mensen uit ook daar verantwoordelijkheid te nemen. Co-creëer besparingen! Betrek mensen van buiten erbij. Iedereen kan zonder heel veel moeite genoeg ideeën bedenken om op zijn minst 5 procent te besparen.

Natuurlijk zijn er de ‘ja-maars’.

Niet alle werknemers zien altijd goed wat de weeffouten in hun organisatie zijn – of ze willen het niet meer zien. We lijden binnen onze organisaties aan een bepaalde mate van bijziendheid. En ik besef dat bij het ontslaan van personeel een gezamenlijke oefening natuurlijk lastig wordt.

Toch zul je verrast zijn hoeveel er valt te besparen met de gezamenlijke denkkracht van burgers en collega’s.

Ik ben benieuwd welke gemeente of instelling als eerste die burger gaat betrekken bij de bezuinigingen. Als je voorbeelden kent, laat het weten.