Stel het antwoord uit!

Stel het antwoord uit!

questions-answers-Peter

Ik trap er zelf ook nog altijd in, zoals vorige week. Een collega kwam met een vraag waarop niet direct het antwoord te geven was. Toch begon ik, als leidinggevende, direct een oplossing te formuleren. Terwijl ik weet dat ik beter vragen had kunnen stellen.

Het valt niet mee je antwoorden uit te stellen en eerst door te vragen. We hebben immers een sterke neiging oplossingen aan te aandragen. Probleem? Oplossing! Klaar!

Het is ook illustratief voor de verhoudingen binnen een organisatie: wie stelt de vragen en wie geeft de antwoorden? Het is een vastgeroest verwachtingspatroon: een medewerker stelt de vragen, de leidinggevende geeft de oplossingen!

Veel leidinggevenden vinden het onnatuurlijk om vragen te stellen. Ze zijn immers gewend hun kennis te zenden en antwoorden te geven. Voor het stellen van vragen zijn ze niet aangenomen.

vraagteken Peter

Denkvermogen
En medewerkers gooien te snel de vraag omhoog. Zo vroegen collega’s vorige week naar de unique selling points (USP’s) van de organisatie. Daarbij werd er, onuitgesproken, verwacht dat de leidinggevenden daar een helder antwoord op zou moeten formuleren.

Als we dat nou eens omdraaien? Als de leidinggevende de medewerkers eens vragen stelt over de USP’s? De leidinggevende is tenslotte maar één persoon, of in het geval van het MT, een kleine groep. Dat heeft een heel beperkt denkvermogen. Laat medewerkers eens meedenken. Hoe meer crowd de hersenen in beweging zet, hoe meer inzichten er komen. Daar zou je als leidinggevende gebruik van moeten maken.

Innovatie
Medewerkers zelf leggen overigens hun eigen probleem evenmin gemakkelijk op tafel. Het vereist raar genoeg nog altijd veel lef om een kwestie aan je collega’s voor te leggen. Het is de vrees dat anderen je dan niet goed genoeg vinden of geen tijd hebben om zich in jouw vraagstuk te verdiepen.

Coaches weten het al langer: vragen leiden tot meer inzicht bij de persoon die met een probleem zit. Bovendien motiveert een zelf gevonden oplossing tot meer actie.

Maar er is nog een ander belangrijk aspect van het stellen van vragen: het brengt de motor van innovatie op gang.

Een goede vraag stimuleert het denkproces. Het stelt onze aannames ter discussie. Waarom doen we eigenlijk de dingen die we altijd doen? Moeten we het nog wel op die manier doen? Daar zitten gewoontes en ingeslepen patronen onder waar we allang niet meer bij stilstaan.

Creativiteit
Met vragen verkennen we nieuwe inzichten. Die missen we als we te snel in de oplossingsmodus schieten. Te snel gegeven antwoorden sluiten wegen af naar (het verkennen van) betere of slimmere mogelijkheden.

Vragen brengen ons verder dan antwoorden, met name vragen die we niet durven stellen of waar we nooit aan denken ze te stellen. Van die ongemakkelijke vragen waar niemand nog een antwoord op heeft. Die creëren ruimte voor vernieuwing!

Het is net als met kinderen. Als ouder ben je geneigd op al hun vragen direct een antwoord te geven. Maar je kunt ook de hersentjes in gang zetten door vragen terug te stellen. Dan gaat het kind zelf op zoek naar de oplossing. Het bevordert zijn creativiteit en zelfredzaamheid.

Het vergt wat oefening, maar stel eens wat meer vragen in plaats van antwoorden te geven.

 

Onderdrukking van het creatieve vermogen

Onderdrukking van het creatieve vermogen

Zoals ik in mijn vorige blog “Iedereen is creatief!” al aangaf heeft elk mens hersencellen en- delen die verbindingen kunnen vormen die elk staan voor een denkpatroon met een bijpassende reactie. Het enige verschil is dat het ene individu gemakkelijker deze nieuwe verbindingen legt dan een ander waardoor hij of zij gezegend lijkt te zijn met een natuurlijk creatief talent. Over de opvatting dat creatief talent bij het ene individu bij de geboorte meer aanwezig is dan bij de ander, laat ik me niet uit. Wat ik echter wel weet is dat ons creatieve vermogen gedurende ons leven flink wordt onderdrukt.

Het eerste moment waarop dat gebeurt, is op school. Dit is gebleken uit een onderzoek naar divergent denken, een eigenschap die als essentieel wordt beschouwd voor creativiteit. Divergent denken beschrijft het vermogen om bestaande informatie anders te ordenen en zo nieuwe informatie te laten ontstaan (lateraal denken), meer dan een antwoord op een vraag te zien en deze vraag op verschillende manieren te interpreteren.

Paperclip

Een bekend voorbeeld waarmee men het divergente vermogen van een individu kan testen is door te vragen hoeveel verschillende toepassingen men kan bedenken voor een paperclip. Een gemiddeld mens kan hier 10 tot 15 verschillende toepassingen voor bedenken, een creatief genie komt al snel tot zo’n 200 toepassingen. Met dit gegeven in het achterhoofd heeft men het divergent vermogen van 1500 peuters getest. Wanneer een peuter meer dan een bepaald aantal toepassingen kon verzinnen, kon deze worden gezien als een creatief genie. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat zo’n 98% van de peuters kan worden gezien als creatief genie.

Tegen de tijd dat diezelfde kinderen tussen de 8 en 10 jaar oud waren, kon nog maar 50% van hen worden gezien als een creatief genie. Deze dalende lijn in het divergente vermogen trok zich meer en meer door naarmate de kinderen uit de steekproef ouder werden. Deze dalende lijn werd door de onderzoekers toegeschreven aan het onderwijs. Vanaf het moment dat een individu voor het eerst naar school gaat, leert hij of zij meer en meer dat er maar één antwoord is op een vraag. Hierdoor leert een kind het min of meer af om divergent te denken en verder te kijken dan zijn of haar neus lang is.

Vorming

De resultaten uit dit onderzoek zijn tevens gepubliceerd in het boek ‘Breakpoint and Beyond’. Persoonlijk denk ik dat ook de gehele omgeving van een kind bepalend is voor diens vermogen om divergent te denken. Een kind wordt immers niet alleen gevormd op school. Zo leren kinderen vaak ook van ouders, media en alle andere omgevingsfactoren hoe iets hoort en dat er vaak maar één manier is om iets goed te doen.

Na jarenlang op school te hebben gezeten kunnen we terecht komen in een  bedrijf waarin onze creativiteit nog verder wordt onderdrukt. Deze omgeving bestaat vaak uit eeuwenoude regels, protocollen, checklists, richtlijnen en werkprocessen waardoor we een bevestiging krijgen van wat we altijd op school hebben geleerd. Namelijk dat er maar een manier is waarop je iets kunt doen.

Maar wat nu als er iets fout gaat? Wat nu als een afdelingschef een probleem tegen komt dat niet op te lossen is met behulp van de checklists? Wat als er zich een situatie voordoet waar geen regels voor zijn? Wat als een piloot met een vliegtuig vol mensen(levens) in een situatie terecht komt waar het protocol geen antwoord op weet? Dan is creativiteit ineens van groot belang en kunnen we alleen maar hopen dat er iemand in de buurt is waarbij het niet helemaal is weggedrukt.

Zo werken we normaal niet

Daarnaast worden we in het bedrijfsleven omringd door collega’s die vaak stuk voor stuk een kei zijn in het volgen van de regels (soms maar goed ook). Maar doet zich er dan eens een situatie voor waar geen pasklare oplossing voor is en durf je als creatief lichtpunt eindelijk eens je mond open te trekken, dan word je vaak uitgelachen .Dan krijg je opmerkingen naar je verbinding-leggende-hoofd in de trant van ‘Ja maar…’, ‘Doe effen normaal’ of ‘Zo werken wij hier normaal niet’. Tja, dan worden je ideeën die mogelijk toch tot een oplossing hadden kunnen leiden vrolijk weggebonjourd en houd je een volgende keer liever je mond. Dit allemaal omwille van de regels en het feit dat bijna niemand ooit heeft geleerd om verder te kijken.

Ook de kantoren waarin we werken zijn vaak een ‘creativiteitskiller’. Ze worden zo ontworpen dat de zintuigen minimaal geprikkeld worden en het contact tussen collega’s beperkt wordt. Dit allemaal met de veronderstelling in het hoofd dat deze prikkels en sociaal contact er voor zorgen dat men minder hard werkt en de resultaten er onder leiden.

Mogelijk ben je door wat je zojuist hebt gelezen overrompeld met een negatief gevoel, maar treur niet want in mijn volgende blog maak ik je duidelijk dat het nog niet te laat is.

About the Author

Youp Havermans

Youp Havermans, geboren in 1988, studeerde in juni 2012  af aan de bacheloropleiding Leisuremanagement van Hogeschool Rotterdam. Momenteel volgt hij een extra minor Business Model Innovation welke hij in februari 2013 gaat afronden. Tijdens zijn studie is hij in het bijzonder geïnteresseerd geraakt in marketing, creativiteit, business innovation en leiderschap.

Sinds september 2012 is Youp betrokken bij het Change in business initiatief waar hij andere mensen gaat inspireren om ook eens op en ‘andere’ manier tegen dingen aan te kijken. Vooral wat betreft de rol van authenticiteit en creatief denken gaat hij voorlopig een waardevolle bijdrage leveren aan Change in business.

Wil je meer over Youp weten of weet je nog een mooie traineeship? Breng dan een bezoek aan zijn website en neem contact met hem op!

www.youphavermans.nl