Stel het jezelf eens voor, je zit op een willekeurige maandagochtend in de trein naar je werk lekker in slaap te dommelen en nog wat te dromen van een rustgevend weekend. Op het moment dat de trein het een na laatste station aan doet, komen er twee heren -vermoedelijk elkaars collega’s- tegenover je zitten die net iets te opvallend een gesprek aan het voeren zijn over uiteenlopende zaken des levens.

Nieuwsgierig als je bent laat je het gesprek op je af komen en voordat je het weet zit je als ‘onzichtbare’ derde middenin het gesprek. Diverse onderwerpen passeren de revue, van het smerige eten dat het tweetal dagelijks voorgeschoteld krijgt in de bedrijfskantine -het zijn inderdaad collega’s- tot de op zijn minst gezegd aantrekkelijke receptionistes.

Juist op het moment dat het gesprek stil lijkt te vallen, begint een van de heren over een ietwat inhoudelijker onderwerp. Uit het gesprek is op te maken dat het bedrijf waar het tweetal werkzaam is, grotendeels afhankelijk is van belastinggeld en op het punt staat een keuze te maken tussen twee mogelijke opdrachtnemers.

Terwijl je aandacht almaar verder uitgaat naar het gesprek somt het tweetal diverse tegen elkaar opwegende redenen op om wel of niet voor een bepaalde opdrachtnemer te kiezen. Terwijl de poel met argumenten en afwegingen steeds verder droog komt te staan, lijkt een van twee een geniale ingeving te hebben die mogelijk doorslaggevend kan zijn voor de oh zo lastige keuze. Want ondanks het feit dat partij A een slordige €20.000 goedkoper is dan partij B lijkt het deze ‘Einstein’ een goed idee om toch voor partij B te kiezen. Precies op het moment dat je jezelf afvraagt wat de reden hiervoor is hervat Einstein zijn zin: “Partij A werkt immers samen met een ander bedrijf waar wij in het verleden een conflict mee hadden, dus daarom kunnen we ondanks het feit dat partij B € 20.000 euro duurder is toch beter hiervoor kiezen”.

Boempatskabéém denk je bij jezelf, weer een goed voorbeeld van een bedrijf waar het EGO een prominentere rol inneemt dan de consumen(t)sen waar het eigenlijk om gaat. Na een korte afkeurende blik pak je snel je spullen om met deze ‘hoe-het-niet-heurt-levensles’ in gedachten aan de werkweek te beginnen.