We leven in een samenleving die wordt geregeerd door angst. Een van de duidelijkste voorbeelden daarvan is de manier waarop we omgaan met het enorme pensioenvermogen dat we in de afgelopen decennia bijeen gespaard hebben.
De ‘dekkingsgraad’ van een pensioenfonds is, afgaand op de paniekreacties in de politiek, de nauwkeurig gemeten bloeddruk van de financiële gezondheid van een pensioenfonds.
Niets is minder waar.
Kort gezegd betekent een dekkingsgraad van 100% dat elke euro die het pensioenfonds nu en in de toekomst moet uitkeren is gedekt met vermogen.
Deze berekening van de verhouding tussen het vermogen en de verplichtingen is complex en afhankelijk van een rentecurve.
En zoals u weet, wisselt de rente van dag tot dag voor de honderden miljarden die de Nederlandse pensioenfondsen hebben belegd.
Het is te kort door de bocht om te stellen dat een pensioenfonds met een dekkingsgraad van 110% het beter doet dan een pensioenfonds met een dekkingsgraad van 95%. Stel u maar eens voor dat laatstgenoemd pensioenfonds een rendement heeft van 19% en het eerste een rendement van 8%.
Toch breekt er paniek uit in de Tweede Kamer wanneer dekkingsgraden onder de 105% zakken en ‘moeten’ pensioenfondsen ‘ingrijpen’ om hun dekkingsgraad op orde te krijgen.
Dat is kortetermijndenken en incidentenpolitiek.

Nederlandse banken hoeven nog geen 10% van al het geld dat zij beheren, in kas te hebben. De lobby van de banken is ogenschijnlijk beter dan die van pensioenfondsen. Duizenden pensioengerechtigden zijn gekort en het einde is nog niet in zicht.

Wat schetst mijn verbazing? Eind maart maakte De Nederlandsche Bank bekend dat het gezamenlijke vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen vorig jaar met 130 miljard euro is toegenomen tot meer dan 1.007.000.000.000 euro (1007 miljard). Nog nooit was dit vermogen zó hoog.
Ondanks de doorgevoerde kortingen is de gemiddelde dekkingsgraad van alle fondsen in februari nog maar op 104% gekomen. Mócht de rente gaan aantrekken – en die kans is groot want we zitten nu nog in een crisis – dan zal dit vermogen meer dan voldoende zijn.

Politici van tegenwoordig hebben echter een allergie voor langetermijnoplossingen. Het is nu of nooit.

En natuurlijk gaan de pensioenfondsen (voor de publieke tribune met tegenzin) akkoord met het vergroten van hun vermogens.

Voor mij toont dit aan dat we in een angsteconomie leven. De politiek doet er alles aan om ons bang te maken en houden.
Maar hoeveel reden is er eigenlijk om ons te laten regeren door angst? Weg met de angsteconomie!

Marco Houthuijzen